Het was een heerlijk warme dag, die gezwind de trend van
zijn voorgangers volgde. Op deze dag stond er voor Frodo en mij een afspraak te
wachten met een archeologe van het Nationaal park Krkonoše. Frodo had een taak
voor zijn keuzevak archeologie en had deze afspraak kunnen versieren. Het plan
was dat de dame ons mee zou nemen in de bergen naar oude opgegraven cottages.
Eentje lag op ongeveer 1000m de andere op 1500. Tijdens de busrit die ons ter plaatse
bracht kwamen de Giant Mountains steeds dichter bij, de giganten die ons al
drie maanden achtervolgeden. Want waar je ook bent in Tsjechië, zie je aan de
horizon hun zachte aftekening, als een herinnering dat er altijd dingen zijn
die groter zijn dan jezelf. We kwamen aan in Vrchlabí en haasten ons richting
het museum vanwaar we zouden vertrekken.
Een rustige autorit later kwamen we aan de uiteinden van de
beschaving. Een eenzame taverne stond trots tussen de bergen in, aan zijn
linker zijde staken we met een houten brug een rivier over. Later zouden we pas
te weten komen dat het stroompje de Elbe was. We lieten de restanten van de
bewoonde wereld achter ons en gingen in volle snelheid de achtervolging met het
verleden aan. Traag en uiterst voorzichtig klommen we tussen bomen, rotsen en
restanten van sneeuw naar boven. In het begin neem je zoiets niet onmiddellijk serieus.
Maar plots kijk je achter je, naast je, onder je en besef je dat een verkeerde
stap zetten je hier al snel duur kan komen te staan. De afgrond riep ons
wenkend toe, maar we besloten wijselijk van enkel ons zweet de afgrond in te
sturen. Alsof de natuur enigszins kwaad was omdat zijn prooi ontnomen was
brulde de rivier, in de diept van het dal tussen de bergen, ons toe. De
archeologe toonde ons op 1000 meter hoogte de eerste cottage. De restanten van
het ooit niet bescheiden stenen bouwwerk stond vergroeid tussen en met de
natuur als een trotse herinnering aan een lang vervlogen (en bikkelharde)
levensstijl. We klommen nog 500 meter hogen naar nog een opgegraven cottage
waar we even op krachten kwamen en genoten van het uitzicht.
De regen zachtjes naar beneden en werkte als een alarm dat ons er aan herinnerde dat we ook nog terug naar beneden moesten gaan. Een poosje later, toen we opnieuw even op adem kwamen, waren onze drinkflessen leeg. Geen nood want de natuur voorziet! We waren gestopt bij een zijstroom van de bron van de Elbe, we dompelden onze flessen onder en konden genieten van het meest verfrissende en heerlijke water dat ik ooit heb mogen proeven. Het is een vreemde en uiterst simpele ervaring, om ‘gratis’ te kunnen drinken van iets dan merkbaar eeuwig doorstroomd. Het doet je even stilstaan bij een aantal zaken.
Enkel door uitdagend fysieke staaltjes van kracht kwamen we
terug tot de voet van de bergen. Dat is misschien een beetje overdreven, ik heb
nooit het gevoel gehad dat ik niet meer thuis zou raken. Maar het was ook geen
lachertje, en een verkeerde stap kon echt zware gevolgen hebben. Gelukkig namen
we onze tijd voor elke stap en berekende zo perfect wat de uitkomst ervan zou
zijn. Tijdens de laatste stappen die me opnieuw richting de bewoonde wereld
voerden, nam ik bewust afscheid van dit heerlijk stukje in de wereld. Stiekem
vond ik het een leuke en geruststellende gedachte om wat water van die plaats
in mijn rugzak zitten te hebben. Want net als dat water dat hier eventjes langs
raast en dan weer onvermoeibaar verder stroomt door talloze streken, ga ook ik
onvermoeibaar verder.


























