Pagina's

maandag 26 maart 2012

Opgestapelde verlangens & een hoogtepunt in verschillende vormen.

De dag was voor de eerste twee uren gepland. De rest was een opeenstapeling van verlangens, hoop en dromen die onze tocht op voorhand al een kleur gaven. Het idee waar we sinds het vorige blog berichtje op gebroed hadden had zijn definitieve vorm aangenomen.

De hemel gaf ons vroeg in de ochtend zijn zegen, door de zon lachend op ons neer te laten dalen. Zo vertokken we, zonder ook maar de geringste zorg dat onze dag anders zou uitdraaien dan gepland. Een hobbelige treinrit bracht ons niet van stuk, we stapten uit, keken rond en beslisten een kant uit te gaan. Een weg inslaan, niet weten waar hij ons zou brengen. In veel gevallen is dat een simpele metafoor voor het leven en onvoorstelbaar cliché. Maar laat me even eerlijk zijn, en op voorhand zeggen, dit word een blog bericht vol clichés & deze moest gemaakt worden! Die weg bracht ons na ongeveer twee uur wandelen, door idyllische taferelen, naar de top van een heuvel die de Ardennen beschaamd  zou doen verbleken. Het uitzicht was er schitterend! Onze mond viel open, en als bij donderslag werd er een glimlach op ons gezicht getoverd. De zon trachtte ondertussen om op zijn hoogste punt te komen. Wij wandeleden verder het pad af tot er, in een met sneeuw wit tapijt bedekt veld, een jagershut opdoemde. Na even kort beraadslagen en de omgeving te kijken waar die hut in stond, beslisten we om een kijkje te gaan nemen. We zochten namelijk een plaats om onze buiken te vullen met het simpele, maar zo heerlijke maal dat we mee hadden. Brood, kaas, gedroogde beef & chocolade, maar vooral de sfeer en het gevoel zouden onze honger stillen. Voorzichtig onze voeten voortbewegend op het witte tapijt van zo een 30 centimeter dik, baanden we ons een weg naar die groene jagershut. Een schamele ladder van vier meter nam ons letterlijk en figuurlijk mee de hoogte in. Terwijl we onze schoenen lieten drogen in de warme middagzon die ons al de hele dag verwende, aten we ons middagmaal en het uitzicht rustig en vervuld van de stilte op. Zonder een woord tegen elkaar te zeggen was ons avontuur daar en dan al volledig geslaagd.


We verlieten de jagers hut, die we nu al tot ‘The magic hut’ gedoopt hebben. De weg die voor ons lag vervaagde snel tot een half uitgegraven greppel in een dikke laag sneeuw, maar dat schrok ons niet af. De dag was nog maar goed begonnen, en we hadden niet het gevoel dat hij snel zou stoppen. Dus gingen we door. Het bos werd donkerder, alsof er iemand achter de bomen naar je zat te kijken en met een dimmer het licht regelde. Het enige geluid was het geruis van de wind die met de blaadjes speelt, onze doffe voetstappen en een eindeloos uitgestrekte rustige stilte. We baanden ons een weg door het dikste deel van het bos waar zelfs de herten voor ons uit liepen. Na een tijd begon de sneeuw te smelten, en het tapijt dat deze hele tijd onze gids was geweest vervaagde zachtjes. Het enige dat overbleef was een drassig restant van deze ooit majestueuze gids. Wij staakten onze tocht niet en gingen verder, alsof we waadde door het bos van onze gedachten en nog even verder wilden gaan om enkele takken wat bij te trimmen. Het pad was ons nu volledig bijster geraakt en om een helling makkelijker te trotseren namen we een oude stok, van op de grond. Met vernieuwde energie zette we door en kwamen we plotseling in een dorpje aan. De verassing was zo compleet dat een vergelijking, met twee verwilderde kinderen die zijn opgegroeid bij wolven en dan plots in de samenleving komen, niet veraf is & toch weer heel vergezocht lijkt. Die simpele ironie is dan weer een teken van wat er die dag nog volgde.


We verkenden snel het stadje, en omdat we nog behoorlijk wat tijd hadden voor de trein richting huis vertrok, schoten er een aantal gedachten als pijlen door ons hoofd. Het eerste was dat we in dit stadje misschien een slaapplaats konden zoeken, om dan de volgende dag verder door te wandelen naar Polen. Want duidelijk waren we nu niet ver meer verwijdert van de grens met Polen. Op dat moment stonden we in een verlaten, houten, buskotje. Ik was even dromerig aan het kijken naar de bustrajecten en merkte toevallig een bus op die richting het stadje Pec pod Sněžkou ging. Dit stadje, lag zoals ik wist, aan de voet van de hoogste berg in Tjechië. De mastodont die we van op de heuvel in Hradec Kralové habben bewondert en die door onze dromen spookte. De beslissing was er al voor de gedachte zich nog maar half had gevormd in de rokerige vorm van onze gedachten. Na even uit te puffen op een bankje, en onze krachten wat te aan te sterken door wat te eten en te drinken,kwam de bus er vlotjes aan.

Alsof we de pijl waren die zo even nog door ons hoofd spookte als een gedachte, schoten we nu vooruit! Als we in onze opzet zouden slagen zouden we voor eens en voor altijd zowel onze grenzen verleggen als die van wat je op een dag kan bereiken. We kwamen aan in Pec pod Sněžkou, met onze trekrugzak, door modder bezette broeken en bezwete wandel lichaam. Nodeloos om te zeggen, maar we vielen met ons uiterlijk een beetje uit de boot in dit ski oord. Al snel baanden we ons met de zon in de rug een weg naar ons doel. Niets of niemand zou ons nu nog kunnen tegenhouden om het onmogelijke op een dag te bereiken. En zo ging het dat we, in steen oude stoeltjes die aan een stalen kabel volledig overgegeven zijn aan de genade van de wind, na een tocht van dertig minuten het hoogtepunt van onze reis en de berg hadden bereikt! Ik tracht nu al even om dit alles te beschrijven in woorden, maar duidelijk zullen die nooit voldoende eer kunnen doen aan wat we toen zagen en voelden. Het was werkelijk onbeschrijfelijk, niet enkel daarboven staan op 1602 meter hoogte, maar ook en zeker het gevoel van de hele dag. Het gevoel dat ons hier naartoe had geleid & het gevoel dat we er aan over zouden houden. We hebben echt het onderste uit de kan gehaald, alsof de dag een natte dweil was die we uitwrongen en pas mocht stoppen met werken wanneer wij dat besliste. Voor even hadden we schijnbaar alles in de hand. We gingen naar beneden met een ‘behoorlijk goed gevoel’, om toch maar het understatement van het jaar te gebruiken in deze tekst.



Om de kerst op de kers op de taart te zetten, blijkt na verder onderzoek dat de top van de Sněžka in Polen ligt! Ik zou werkelijk niets willen veranderen aan deze dag, hoewel hij niet gepland was zou hij nooit beter kunnen zijn verlopen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten